Antwoord deelvraag 2

Deelvraag 2: Welke verschillen en overeenkomsten zijn er tussen het onderwijs in Nederland en de bezochte scholen in Israël ten aanzien van het vervullen van psychologische basisbehoeften?

Als we kijken naar de verschillen tussen het onderwijs wat we in Israël hebben gezien ten opzichte van het onderwijs wat wij kennen uit Nederland valt als eerste op dat het onderwijs in Israël verbondenheid en persoonsvorming duidelijk voorrang geven op de didactiek. Waar we in Nederland in ons onderwijs eerder de lesstof (competentie) centraal stellen leek op deze scholen de lesstof veel minder belangrijk te zijn. Het motiveren van de leerlingen gaat voor de vakinhoud.

Het creëren van een gevoel van verbondenheid neemt een grote rol in bij het onderwijs. Hierbij zagen we een duidelijke nationalistische trots bij terug. “Samen dragen wij de verantwoordelijkheid om te zorgen voor ons land en elkaar.” Dit nationalistische gevoel en de trotsheid van de leerlingen en leerkrachten op hun volk en land herkennen wij niet als dusdanig in onze eigen samenleving. Burgerschap en persoonsvorming staan bovenaan de prioriteitenlijst.

Wat wij ook duidelijk terugzagen op de scholen die wij hebben bezocht is het grote vertrouwen wat de scholen stellen in hun leerkrachten. Leerkrachten worden gestimuleerd vanuit hun eigen hart en inzichten om te gaan met hun leerlingen en de leerstof aan te bieden, zij mogen werken vanuit een autonome houding.

Waar in Nederland de leerlingen vanaf de eerste klas in niveaus worden ingedeeld, kent Israël niet een dergelijk onderscheid in het middelbare onderwijs. Competenties worden vooral vormgegeven in het aanleren van vaardigheden. De laatste twee jaar worden de kinderen bewust voorbereid op hun dienstplicht in het leger. Leerlingen hebben de keuze om eerst een jaar public services te verlenen waarbij zij worden betaald vanuit het leger. Bij de toelating tot het leger hebben de kinderen inspraak over welke positie zij in het leger kunnen innemen. Het bestaan van de dienstplicht geeft een voor ons onbekende dynamiek aan de middelbare scholieren.

Een aantal vraagstukken die in het Nederlandse onderwijs nu spelen zagen we ook terugkomen in de verhalen van de mensen die we hebben gesproken. Overheid en ouders willen resultaten uitgedrukt in cijfers terwijl de scholen liever kijken naar de vooruitgang die is gemaakt. De overheid speelt net als in Nederland een belangrijke rol in het bepalen van het curriculum. Leerkrachten moeten zich in inzetten om de leerlingen te motiveren en te leren hoe ze respectvol met elkaar om te gaan. Leerkrachten ervaren een hoge werkdruk door de regelgeving en het ‘systeem’.

Ook herkenden wij de liefde bij de leerkrachten voor hun vak en de leerlingen, de gedrevenheid. De wil om te innoveren en het onderwijs te verbeteren en zo meer te kunnen betekenen voor de leerlingen. De wil om verbondenheid op te zoeken en uit te diepen vanuit het ideaal dat we elkaar nodig hebben om vooruit te komen.